Ultimate Frisbee

Spelregels Ultimate frisbee

 

Ultimate frisbee is in de basis een sport met eenvoudige regels.

Het is een sport die zelfregulering op alle niveaus toepast: de spelregels worden door de spelers op het veld gezamenlijk gehandhaafd. Zonder straffen. De scheidsrechter die er staat houdt de punten bij, voorkomt onenigheid en neemt beslissingen.

In essentie wordt het als volgt gespeeld:

  • Spirit of the game, ofwel respect en sportiviteit: zonder een tegenstander kun je deze geweldige sport niet beleven dus behandelen we die met respect, kennen we de regels en houden ons daaraan.
  • Het speelveld bestaat uit een rechthoek (50 bij 25 meter) waarin aan de  zijden 2 eindzones (10 bij 30 meter) zijn gemarkeerd met pilonnen.
  • Je speelt met 8 spelers per ploeg, waarvan 2 meisjes. Afhankelijk van eventuele blessures kan je hiervan af wijken in overleg met tegenstander.
  • Opzettelijk lichamelijk contact is verboden en schijven worden niet uit handen van tegenstanders getrokken non-contact.
  • Een speler met de schijf in de hand en onder controle, mag niet lopen, wel is het toegestaan te pivoteren.
  • Doel van het spel is om de schijf te vangen en onder controle te krijgen in de eindzone van de tegenstander.
  • Daarna volgt de “walk of shame” voor de andere partij naar de nieuw te verdedigen endzone.
  • Na de wissel van speelhelft werpt de partij de frisbee naar het team dat in de andere endzone staat. Zij kunnen nu beginnen met aanvallen.
  • Het aanvallende team dat schijfbezit heeft, behoudt dat schijfbezit als de schijf wordt gegooid binnen 5 tellen, en de schijf binnen het veld wordt gevangen door een teamgenoot en onder controle gebracht. Een schijf is onder controle wanneer deze nietdraaiend in de hand(en) van een speler is. Wanneer dit niet lukt is er sprake van een ‘turnover’.

 

Speelveld:

Eindzone Speelzone 8v8 Eindzone

 

Turnover

Er zijn een aantal situaties die leiden tot een ‘turnover’:

  • ‘count-out’ / ‘uitgeteld’: de verdediger bij de werper (de zgn. ‘marker’) mag tellen wanneer deze binnen 3 meter van de schijfbezitter is. De marker roept: ‘Tellen…1…2 enz.’ . Wanneer ‘vijf’ wordt geroepen en de schijf is nog in handen van de werper dan is deze ‘uitgeteld’. Wanneer de marker niet hardop telt, dan kan de werper ook niet ‘uitgeteld’ worden.
  • De schijf wordt niet gevangen door een teamgenoot.

Let op: de verdedigende partij hoeft de schijf niet onder controle te krijgen om een ‘turnover’ af te dwingen. Het tegen de grond of buiten het veld werken van de schijf is voldoende om een ‘turnover’ te bewerkstelligen. Zodra na turnover een speler van het (nu aanvallende) team de schijf opraapt dan wordt de schijf onder controle beschouwd.

  • De schijf wordt niet binnen de lijnen gevangen. De lijnen horen niet bij het veld, m.a.w. vangen met een voet op de lijn is uit. Hierbij telt het 1e contact op moment van onder controle hebben. Heeft een speler een voet binnen het veld op moment van (klemvast) vangen en komt daarna buiten het veld omwille van tot stilstand komen dan is de schijf ‘in’, bij een voet binnen én een voet buiten dan is de schijf ‘uit’ (en dus een turnover)